Bewoners Sint-Andries meten hittestress in de wijk

12 Nov

De zomer van 2018 ging de geschiedenis in als één van de droogste en warmste sinds het begin van de metingen in ons land. Toch was die warmte niet te vergelijken met de hittegolf van de zomer van 2019. De extreme hitte van de voorbij zomer was de perfecte gelegenheid om metingen naar hittestress uit te voeren.  

Vorig jaar werden tijdens de zomer al testmetingen uitgevoerd. Daaruit bleek al dat het overal in Sint-Andries erg warm wordt op hete dagen: op elk van de 16 punten werd een ‘natte-bol-temperatuur’ gemeten van meer dan 25°C, wat betekent dat er op die plekken sprake was van hittestress.

De natte-bol-temperatuur wordt gebruikt om de gevoelstemperatuur bij warmte te meten. Mensen houden het lichaam koel door te zweten, dus bij warm weer zal onze huid vochtig zijn. Onze gevoelstemperatuur komt daardoor meer overeen met de natte-bol-temperatuur dan met de luchttemperatuur. Bovendien houdt deze manier van meten ook rekening met andere weersomstandigheden zoals luchtvochtigheid, schaduw en wind.

Deze zomer gingen geëngageerde bewoners uit de Sint-Andrieswijk tijdens de hele zomer, telkens wanneer de temperatuur boven de 25 graden uitkwam, langs 16 punten in de wijk. Daar hebben ze op 4 verschillende tijdstippen van de dag de natte-bol-temperatuur gemeten. Door hun metingen kunnen de wetenschappers de hittekaart verbeteren en krijgen ze meer inzicht in wat er gedaan kan worden om plekken in de wijk te verkoelen. Ze kunnen ook de modellen die momenteel gebruikt worden om hittekaarten te maken, aftoetsen aan deze lokale metingen.

Lees meer over dit experiment op https://stadslab2050.be/klimaatadaptatie/hittestress-en-technologie/bewoners-sint-andries-testen-hittemeting